Toen ontmoette hij Mevr. Gu Hansen, een wetenschapster die werkte in het Sanghai instituut voor atomaire kernenergie, de Chinese wetenschappelijke academie. Zij had interesse in versterken van micro signalen en in levenswetenschappen. Zij begonnen samen te werken om het bestaan van qi met moderne wetenschappelijke instrumenten vast te stellen en te testen.
Een eerste test verliep als volgt :
Twee korte afstand infrarood waarnemers werden ontworpen. De waarnemer die gericht werd op het rechter laogong punt van Mr Housheng ontving de infrarood straling op een afstand van 1,2 cm van zijn ontvangende transducer wanneer deze laatste qi uitzond.
Bij een goed uitgevoerde qi gong was de infrarood modulatie diepte 80% met een lage frequentie van 0,05 per seconde, maar wanneer Lin Hougsheng zijn qi inhield, de infrarood modulatiediepte was minder dan 10 % met een hoog frequentie van 0,3 per seconde. Aan het einde van de qi emissie was de modulatiediepte rond de 30 % met een frequentie van 0,17 per seconde. De resultaten tonen aan dat infrarood straling van de qi gong meester specifiek was, verschillend van deze van gewone mensen wiens frequentiemodulatie doorgaans minder is dan 10 %.
Met de hulp van detector voor elektrische lading werd ontdekt dat het laogong punt vol was van de elektrostatische lading wanneer Lin Hougsheng qi uitzond. De polariteit ervan veranderde samen met de gehele lichamelijke toestand. Wanneer Lin zich comfortabel voelde, steeg de negatieve lading en als hij zijn qi inhield, dan steeg de positieve lading. Dit suggereert dat de bioelektriciteit uitgezonden door een goed getrainde qi gong meester in staat is om de dubbel polige partikels van levende substantie te herschikken op het acupunctuurpunt van een willekeurige orde in een specifieke orde.
Er werd eveneens ontdekt dat de elektrische weerstand op het neiwan punt (Pe6) drastisch verminderde wanneer qi gong werd beoefend. Overeenstemmend met de resonantie theorie kan dit fenomeen toegeschreven worden aan de elektrische resonantie op dat punt waar het weefsel een soort structurele substantie bevat die magnetische activiteit heeft, hoogst waarschijnlijk nikkel proteïne (proteïne gecombineerd met nikkel).
Met de hulp van moderne wetenschappelijke instrumenten ontdekten ze eveneens de inleidende richting van qi en concludeerden dat de externe qi in qi gong samengesteld was uit infrarood stralen, gemoduleerd aan een lage frequentie en dat de qi gong meester infrarode elektromagnetische golven uitzond. Voor het eerst was wetenschappelijk het bestaan van qi aangetoond.
In mei 1978 verscheen hun boek "De eerste experimentele resultaten van onderzoek naar de materiele basis van qi gong therapie". Hun resultaten lokten wereldwijd reacties uit.
Kort na de bovenstaande experimenten leverde Gu een nieuw bewijs samen met een andere qi gong meester Zhao Wei. Zij toonden aan dat de externe qi in qi gong een soort stroom van atomaire deeltjes is.
Het volgende werd vastgesteld tijdens hun experimenten :
1. De externe qi uitgezonden door een qi gong meester, staande op één meter afstand verplaatste een in de lucht hangende molen en veroorzaakte een voorwaartse draaiende beweging van stof.
2. Het signaal van uitgezonden qi door een qi gong meester werd gedetecteerd op vier manieren :
1. Experiment op de afstand en reikwijdte van de actie
2. Experiment op de snelheid van beweging
3. Tegenstroom experiment
4. Copper-grid experiment









